boekpassage, artikelen

 

UILKE BARENDS V.O.C. kapitein

 

*1757 Het Meer-Heerenveen +07-07-1810 Leeuwarden

Uilke Barends

portret Uilke Barends

door Uko (Uilke)Post

www.ukopost.eu

vervaardigd in 2012

In het boek: ´man te roer` geschreven door Dignate Robbertz, uitgeverij G.F. Callenbach N.V. te Nijkerk, dat handelt over de figuur Frans Naerebout komen gebeurtenissen voor die rechtstreeks betrekking hebben op Uilke Barends als gezagvoerder op schepen waarop Naerebouts voer.

 

Frans Naerebout (Veere 30 augustus 1748-Goes 29 augustus 1818), loods, die op 24 juli 1779 het leven redde van 87 opvarenden van de Woestduin. Dit uit Batavia terugkerende schip van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) was in een vliegende storm in stukken geslagen op de Noorder- en Oosterrassen, zandbanken tussen Westkapelle en Zoutelande.

Ook Jacob Naerebout, Frans' broer, en een aantal anderen speelden een grote rol bij deze reddingsoperatie. Hun overschrokkenheid werd uitbundig geprezen door de dichters Bellamy, Loosjes en Rhijnvis Feit.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In latere jaren volgenden nog enkele spectaculaire reddingen: de Zuiderburg in 1788 en de Voorland in 1795. Mensenredder Naerebout kreeg voor zijn inspanningen verschillende gedenkpenningen en enkele geldbedragen.

 

Na opheffing van de VOC in 1799 probeerde Naerebout als garnalenvisser aan de kost te komen. Vergeten sleet hij als lichtwachter op het Goese Sas aan de Oosterschelde zijn laatste levensjaren. Kort voor zijn dood werd hij door Koning Willem I benoemd tot Broeder van de Nederlandse Leeuw en kreeg hij jaarlijks f 200,–,

 

 

Interessant is onder andere zijn reis naar Nederland van uit kaap de Goede Hoop op het schip de Mentor. Het schip de Mentor werd gekaapt door de Engelsen bij St.Helena. Zie blz 190 van het boek.

 

Ook op de uitreis naar Indië vanuit fort Rammekens van het schip Vreede en Rust, waar Uilke Barends de kapitein van was op dat moment vaart Frans Naerebout mee als loods. Zie blz 220 van het boek.

 

 

 

Frans Naerebout

 

door J.P. Bourjé

In de Leeuwarder Courant van 06 okt. 1962 en in een latere uitgave komen twee artikelen te staan over de correspondentie van Uilke Barends en zijn familie en vrouw Pittie.

 

Het eerste artikel heeft als aanhef: Leeuwarder kapitein Uilke Barends en zijn vrouw konden mensen van nu zijn.

 

Het handelt over het portret dat Uilke Barends voor zijn vrouw in 1802, voor het vertrek met de Vreede en Rust naar Batavia , liet maken door Thomas Gaal in Middelburg. Zij vrouw Pittie reageert hier emotioneel op.

 

Verder gaar het over de verschillende reizen die hij maakte en de schepen waar hij op voer. Ook staat daar vermeld dat het Genealogysk Jierboekje weet te melden dat Uilke barends in 1757 geboren was en niet alleen kapitein was op verschillende reizen naar Indië, maar ook dat hij lid was van de Aziatische Raad, welke instelling na de opheffing van de V.O.C. in 1798 belast werd met het opperbestuur van de toenmalige kolonieën van Indië.

 

Barends overleed op 07 juli 1810 te Leeuwarden,ten gevolge van een beroerte. Zijn nakomelingen ( o.a.de heer Uilke Barends 1920-1995 ) weten nog te vermelden dat dat gebeurde onder invloed van grote financieële verliezen, die hij in de najaren van de Franse tijd zou hebben geleden en die hem ten zeerste hadden aangegrepen.

 

Het tweede artikel heeft als kop:´´ ......mijn overzese levens uren in uw bijzijn kan eijndegen``

 

In dit stuk gaat het onder andere over het gerucht dat de ronde deed in scheepvarend Friesland dat de Vreede en Rust met man en muis zou zijn vergaan voor de Franse kust, het zou zelfs in de courant hebben gestaan. Gelukkig werd dit voor haar verzwegen, ofschoon de vader en overige familie hier weet van hadden, maar ze wilden dit de zwangere Pittie onthouden, bevreesd als men was voor de fatale invloed dat dit bericht zou kunnen hebben.

 

Verder wordt gewag gemaakt van het feit dat Pittie een winkel met specerijen voerde en dat het omstreeks die tijd extra druk was in de winkel met mensen die wel heel nieuwsgierig naar haar man vroegen en wilden ervaren hoe zij met het verlies ( waar zij zelf niets van wist ) omging.

 

 

Uilke Barends beklaagt zich in een volgende en tevens laatste brief in 1803 dat hij al in geen 15 maanden iets van zijn vrouw gehoord heeft en hoe zwaar hem dit valt. Hij betuigt zich een hele bladzijde van zijn trouw en liefde voor haar.